Voor mij staat één ding vast: er is geen God buiten ons. De mens is zelf verantwoordelijk voor zijn leven en voor de wereld waarin hij leeft. Al het lijden dat bestaat, de oorlogen die gevoerd worden, de vervuiling die de aarde teistert en de pijn die mensen elkaar aandoen, zijn uiteindelijk onze eigen verantwoordelijkheid. We kunnen ons niet beroepen op een hogere macht die ons redt of ons falen vergeeft. Er is niemand anders die de last voor ons draagt. Juist het ontbreken van een God buiten ons maakt dat wij zelf de verantwoording moeten nemen. We moeten de teugels van ons leven in eigen handen houden. Want als er geen “hogere macht” is die ons leidt, zijn wij zelf degene die koers moeten bepalen. Het hogere waar mensen naar zoeken, bevindt zich niet boven ons in een verre hemel, maar in onszelf. Buiten ons bestaat er niets dat méér gezag heeft dan wat wij in onze eigen kern kunnen vinden.

Daarom heeft het geen zin onze ogen ten hemel te heffen en te bidden. Wie bidt, spreekt tot een lege hemel. Het is een projectie die buiten ons niets vindt, omdat de hemel niet boven ons ligt maar diep in ons bewustzijn verborgen zit. Bidden en knielen voor een macht buiten ons is een vorm van zelfverloochening, een vorm van slavernij. Wat werkelijk nodig is, is stilte. Stil worden, naar binnen keren en de weg zoeken naar onze eigen kern. In die kern vinden we de bron van ons bestaan. Daar ontmoeten we datgene wat groter is dan onze alledaagse persoonlijkheid, maar toch volledig deel uitmaakt van onszelf. Sommigen zouden die kern God noemen. Voor mij hoeft die naam niet,  het gaat om de ervaring, niet om het label. Wanneer we die innerlijke kern aanraken, ervaren we een diepere verbondenheid met het leven zelf. We beseffen dat wijzelf dragers zijn van betekenis, kracht en verantwoordelijkheid. Er is geen macht buiten ons die ons richting geeft, wij zíjn die macht, wij zijn zelf de scheppers van zin, richting en waarde.

Plaats een reactie