Wanneer ik televisie kijk of de krant opensla, zie ik hoe talloze geloven wereldwijd met elkaar wedijveren. Ze proberen onze aandacht, ons vertrouwen, zelfs onze identiteit op te eisen. Of het nu gaat om een godsdienst, een filosofie, een ideologie, een politieke partij of een bepaald beleid,  telkens weer wordt er iets van ons gevraagd: geloof erin, kies partij, sluit je aan. Maar wat betekent het eigenlijk om ergens in te geloven? Als ik eerlijk kijk naar mezelf, merk ik dat geloven vaak gepaard gaat met een vorm van gehechtheid. Wanneer iemand het geloof waar ik me aan heb verbonden in twijfel trekt of aanvalt, voel ik direct de neiging om het te verdedigen. En in dat verdedigen schuilt een subtiele vorm van strijd. Want zodra ik mijn geloof verdedig, zet ik me af tegen het geloof van een ander. Zo ontstaat er spanning, niet alleen tussen mensen, maar ook in mijzelf. Ik voel dat innerlijke conflict fysiek: mijn hartslag versnelt, mijn ademhaling wordt oppervlakkiger, mijn spieren spannen zich.

De afscheiding van adrenaline neemt toe,  ik raak in een staat van paraatheid, van verdediging. Dat is innerlijk geweld. En dat innerlijke geweld is niet zonder gevolgen; het dringt onvermijdelijk door naar buiten, naar mijn woorden, mijn daden, mijn houding. Want innerlijk geweld zoekt een uitweg, en vindt die vaak in uiterlijke expressie. Werkelijke innerlijke vrede is iets heel anders. Innerlijke vrede ontstaat niet door het vasthouden aan overtuigingen of het winnen van discussies. Ze ontstaat juist wanneer ik de behoefte loslaat om mijn gelijk te bewijzen. Wanneer ik de strijd opgeef, niet omdat ik geen mening heb, maar omdat ik zie dat vrede belangrijker is dan overwinning. Vrede vraagt geen geloof, maar een diep geworteld inzicht: dat we allemaal mens zijn, met verschillende perspectieven, en dat geen enkel geloof belangrijker is dan de vrede in ons hart.

Innerlijke vrede vraagt om bewustzijn. Om stilte in plaats van reactie. Om openheid in plaats van verdediging. Het betekent dat ik aanwezig blijf bij wat ik voel, zonder automatisch in conflict te schieten. En wanneer ik die vrede in mijzelf koester, verandert ook mijn kijk op de wereld. Dan zie ik niet alleen verschillen, maar ook de onderlinge verbondenheid. Dan wordt geloof geen wapen, maar een brug. Als je twijfelt aan de impact van innerlijke vrede, kijk dan om je heen. Zie wat er gebeurt als mensen zich verliezen in ideologieën en overtuigingen. En stel je dan voor wat er mogelijk zou zijn als meer mensen de moed zouden hebben om in plaats daarvan te kiezen voor vrede, van binnen en van buiten.
 

Plaats een reactie