De Griekse term logos verwijst naar een oerbeginsel dat alles in het universum doordringt. Het is de ordenende kracht achter het bestaan, aanwezig in de materie van bomen en stenen, in de adem van de wind, maar ook in ons innerlijk. Logos is geen statisch principe; het is de adem van het universum, die orde schept in de chaos en beweging brengt in stilstand. Het is de voortdurende dynamiek van het leven zelf. Wat de logos zo bijzonder maakt, is dat het haar kracht ontleent aan de eenheid van tegenstellingen. Niets kan bestaan zonder zijn tegendeel.
Warmte heeft kou nodig om gevoeld te worden. Licht openbaart zich pas door het contrast met duisternis. Vreugde krijgt diepte door het ervaren van verdriet. Ook in menselijke relaties herkennen we deze paradox: liefde wordt intenser na conflict, begrip groeit uit misverstand, en vrede wordt pas ten volle gewaardeerd na onrust. Het leven zelf is een voortdurende dans tussen uitersten: kracht en kwetsbaarheid, blijdschap en pijn, hoop en wanhoop. Elke ademhaling herinnert ons eraan: inademing en uitademing, spanning en ontspanning, leven en sterven.
Juist in deze beweging tussen polen ontvouwt zich iets essentieels. Niet het vermijden van contrast, maar het omarmen ervan leidt ons naar de kern van wat het betekent om mens te zijn. In het hart van deze dynamiek kan innerlijke vrede ontstaan. Niet als een passieve toestand van stilte, maar als een levendige rust midden in de beweging van het bestaan. Innerlijke vrede is geen ontsnapping uit het leven, maar een diepe afstemming op het ritme ervan. Het is het besef dat je gedragen wordt door een kracht die groter is dan jijzelf, een kracht die alles verbindt en omvat, zelfs het schijnbaar onverenigbare. Wanneer we leren de logos in ons eigen leven te herkennen, groeit er een gevoel van verbondenheid.
De scheiding tussen binnen- en buitenwereld begint te vervagen. We ervaren dat we deel uitmaken van één groot geheel, een kosmische dans waarin niets verloren gaat, en alles betekenis heeft. De strijd tussen tegenstellingen verandert dan in een samenspel. In die eenheid ligt de sleutel tot innerlijke vrede. Innerlijke vrede vraagt geen perfectie, maar aanwezigheid. Geen controle, maar overgave. Ze ontstaat wanneer we ons openen voor wat is, ook als dat pijnlijk, verwarrend of onzeker is. Want wie het leven omarmt in zijn volle paradox, ontdekt een rust die niet afhankelijk is van omstandigheden: een stille kracht vanbinnen die niet wankelt, zelfs niet wanneer alles om ons heen beweegt.

Plaats een reactie