Soms kan een rivier kalm en vredig zijn, terwijl ze tijdens een storm wild en onstuimig wordt, met hoge, woeste golven. Toch, zodra de storm gaat liggen, verdwijnen de golven en blijft alleen de rivier over. Op vergelijkbare wijze kunnen we naar onszelf kijken. Onze emoties, gedachten en gevoelens lijken op die golven aan het oppervlak, soms mild kabbelend, soms heftig kolkend. Ze kunnen ons volledig meesleuren, alsof we niets anders meer zijn dan die innerlijke onrust. Maar wie we ten diepste zijn, is niet die onrust, het is het stille water daaronder. In onze kern zijn we bewustzijn, helder, stil, en onaangetast. In deze diepte van ons wezen huist een bron van innerlijke vrede. Deze vrede is niet afhankelijk van omstandigheden. Ze is niet het tegenovergestelde van onrust, maar een stille aanwezigheid die blijft, zelfs midden in de storm.

Wanneer we geconfronteerd worden met uitdagingen of innerlijke beroering, lijken we vaak samen te vallen met de golven,  met angst, woede, verdriet of verwarring. Maar hoe dieper we in onszelf kijken, hoe duidelijker we de stille bedding van ons bewustzijn herkennen. Daar, onder alle beweging, ligt een onverstoorbare rust. Vanuit deze plek van innerlijke vrede kunnen we anders naar onszelf en het leven kijken. We hoeven niet meer te vechten tegen wat zich aandient, want we weten: het komt en gaat, zoals golven op het water. De rivier blijft. Ons bewustzijn blijft. En daarmee blijft ook de mogelijkheid tot vrede,  niet als een vlucht, maar als een anker in onszelf. Door ons te herinneren aan deze stille aanwezigheid, ontwikkelen we veerkracht. We worden minder meegetrokken door de golven van het moment, en meer gedragen door de innerlijke rust die ons altijd ter beschikking staat. Zo leren we leven vanuit onze essentie, in verbondenheid met de wereld, maar geworteld in innerlijke vrede.

Plaats een reactie