Ons hoofd is vaak druk en rusteloos. We willen steeds meer: spullen, ervaringen, erkenning. We denken dat we dan gelukkig zullen zijn. Maar die rust, die vrede die we zoeken, vinden we nergens écht. Misschien straks, misschien daar, misschien later, maar nooit nu. We raken verstrikt in verlangen. In de drang om alles te willen, om niets te missen voor we sterven. We worden misleid door de gedachte dat we compleet worden als we maar genoeg verzamelen, geld, spullen, ervaringen.
Zelfs als we alles hebben, voelt het vaak alsof er toch iets ontbreekt. En dus gaan we weer op zoek. Soms zoeken we het dan in spiritualiteit. We willen ‘verlicht’ worden, chakra’s openen, mantra’s leren, alles begrijpen. Maar ook dat wordt vaak weer een nieuwe jacht. Iets om te bereiken, te winnen, te verzamelen. En hoe meer we verzamelen, inzichten, woorden van leraren, mooie spirituele ideeën, hoe leger we ons van binnen soms voelen.
Het blijft iets buiten onszelf, iets dat niet echt vult. Maar in de kern zijn we al compleet. Alleen kunnen we dat niet zien omdat we steeds iets willen worden, iets willen hebben. We begrijpen het licht niet, omdat we blijven zoeken in het donker. Pas als we helemaal kunnen accepteren dat we niets zijn, echt niets, zonder uitzondering, gebeurt er iets wonderlijks. Dan verdwijnt ook de laatste behoefte om iets te moeten zijn. En precies daar, in die leegte, komt iets groots naar voren. Op dat moment neemt het grotere, je mag het ‘God’ noemen, of het Leven, of het Al, zijn plaats in. Je hoeft alleen maar opzij te stappen. Net zoals water vanzelf een dal vult, zo vult het goddelijke vanzelf de ruimte die jij loslaat.

Plaats een reactie