Ik heb steeds sterker het gevoel dat veel mensen  herkennen wat ik hier beschreven heb, ieder op zijn of haar eigen manier. Vooral bij ouderen zie ik het vaak: een stille rust, een vanzelfsprekende aanwezigheid. Ze zijn wakker, vrij, en leven zonder gedoe of behoefte om iets te bewijzen. Niet omdat ze een spirituele weg hebben gevolgd, maar omdat het leven hen vanzelf heeft losgemaakt van al het overbodige. Ze hoeven er niet over te spreken, misschien willen ze dat ook niet. Toch herken ik in hun manier van zijn iets wat me diep raakt,  iets wat ik zelf ook heb leren herkennen als mijn meest natuurlijke staat. Er is eigenlijk niets zo vanzelfsprekend als natuurlijk gedrag.

En juist daarom krijgt het zo weinig aandacht. Het heeft geen nieuwswaarde, geen uiterlijke glans. De media voeden zich met spanning en sensatie, maar de essentie van mens-zijn is stil, eenvoudig en niet te verkopen. Wat mij opvalt, is dat er in spirituele bewegingen vaak veel te ingewikkeld over wordt gedaan. Alsof ontwaken iets buitengewoons is, iets wat alleen bereikt kan worden door bijzondere mensen of door jarenlange oefening. Maar wat ik heb ervaren, is precies het tegenovergestelde: onze natuurlijke staat is het meest gewone dat er is.

Alleen wordt die eenvoud vaak overschaduwd door de lagen van angst, denken en controle die we in de loop van het leven hebben opgebouwd. Toen ik zelf begon te beseffen hoeveel ik probeerde mijn best te doen, hoeveel ik mezelf onbewust vormde naar verwachtingen, merkte ik hoe ver ik van mijn eigen natuur was afgedwaald. Er kwam een moment waarop ik niet meer wist wat ik moest loslaten,  en precies toen begon het loslaten vanzelf te gebeuren. Niet door wilskracht, maar door een soort innerlijke vermoeidheid. Alsof het leven zelf zei: genoeg. Vanaf dat moment begon ik iets te voelen dat tegelijk oud en nieuw was. Een zachtheid, een vanzelfsprekende aanwezigheid, zonder doel of richting.

Alsof het leven ademde door mij heen, zonder dat ik daar iets aan hoefde te doen. De ontwaakte mens, zo begrijp ik nu, is geen bijzonder wezen. Het is de mens die niets meer tegenhoudt. De mens die doorzien heeft dat er niets te bereiken valt, omdat alles er al is. Er is geen pad dat naar die staat leidt,  hooguit een langzaam ontdooien, een wegvallen van wat in de weg stond. En dat gebeurt vanzelf, wanneer de tijd daar rijp voor is. Zo ervaar ik het tenminste. Er valt niets te grijpen, niets te begrijpen. Alleen het steeds dieper toestaan van wat er is, en dat blijkt genoeg. In dat toestaan ontvouwt het leven zich zoals het werkelijk is: eenvoudig, moeiteloos en natuurlijk.

Plaats een reactie