Ik zie mezelf als een ambitieuze en gedreven doelzoeker. Ambitie betekent voor mij niet zozeer succes of prestatie, maar een voortdurende poging om de zin van het leven te doorgronden. Daarom ben ik vrijwel altijd onderweg naar een doel, wat dat doel op dat moment ook mag zijn. Het heden fungeert daarbij slechts als opstapje, vandaag is niet het leven zelf, maar een middel om morgen ergens anders te komen.
Steeds opnieuw houd ik mezelf voor dat dit nog niet het echte leven is. Dat het werkelijke leven nog moet beginnen. Op een dag, zo geloof ik, zal ik mijn doel bereiken en zal alles anders worden. Dan breekt er een nieuwe, gelukkige fase aan, een tijd van vervulling en voldoening. Het knagende gevoel van leegte dat ik met me meedraag zal verdwijnen, en eindelijk zal er rust zijn. Maar telkens wanneer een doel werkelijkheid wordt, volgt dezelfde ontnuchterende ervaring. Het blijkt me niet te brengen wat ik ervan had verwacht. De voldoening is vluchtig of blijft zelfs helemaal uit. Het gevoel van leegte keert terug, soms nog scherper dan daarvoor.
En dus richt ik mijn blik opnieuw op de horizon en kies ik een volgend doel, in de hoop dat ditmaal daar zal liggen wat ik zoek. Zo blijft er altijd wel een doel in de verte lonken. Ik blijf rennen, gedreven en vol verwachting, maar hoe hard ik ook loop, de afstand lijkt niet kleiner te worden. Er gaapt steeds een kloof tussen waar ik ben en waar ik denk te moeten zijn. Een kloof die niet wordt overbrugd door prestaties of bereikte doelen. Het is het stille, schrijnende gat van zinloosheid dat ontstaat wanneer het leven steeds in de toekomst wordt geplaatst, en nooit werkelijk hier en nu wordt geleefd.

Plaats een reactie