Ik merk hoe ik steeds weer op zoek ben naar iets wat er nu niet is. Alsof het huidige moment niet volstaat en er elders, later of vroeger, iets te vinden zou zijn dat mij compleet maakt. Maar wanneer ik dit zoeken nader beschouw, dringt zich een fundamentele vraag op: hoe kan ik eigenlijk zoeken naar iets wat ik niet ken? Want zoeken veronderstelt altijd een vorm van herkenning. Ik kan alleen verlangen naar datgene waarvan ik, bewust of onbewust, al een indruk in mij draag. Hoe zou ik anders weten waar ik naar moet kijken? En hoe zou ik kunnen vaststellen dat ik het gevonden heb, als ik het niet zou herkennen op het moment dat het zich aandient? Herkennen kan immers alleen wat al bekend is. Wat ik zoek, moet dus ergens in mij aanwezig zijn als herinnering, als afdruk, als vaag maar vertrouwd gevoel.
Misschien zoek ik daarom steeds opnieuw naar aangename ervaringen uit het verleden. Momenten van vervulling, rust of geluk die zich ooit hebben voorgedaan en die in mijn geheugen zijn opgeslagen. Dat kan een intense ervaring zijn van vorig jaar, van decennia geleden, of iets dat nog verder terug lijkt te reiken, voorbij mijn bewuste herinnering. Wellicht reikt dit zoeken zelfs terug tot vóór mijn geboorte, naar die mythische eerste tijd van totale geborgenheid. Misschien ben ik wel op zoek naar de oerervaring van veiligheid en gedragen worden: de warme, omsloten rust van de baarmoeder. Negen maanden lang was er geen scheiding tussen mij en het leven zelf. Alles werd voor mij gedaan, zonder inspanning, zonder dreiging. Die oorspronkelijke geborgenheid lijkt diep in mijn lichaam en zenuwstelsel te zijn opgeslagen, als een stille maatstaf voor hoe het leven zou moeten voelen.
Wanneer die ervaring eenmaal is verloren, kan er een blijvend verlangen ontstaan om haar terug te vinden. Dan ga ik, vaak zonder het te beseffen, op zoek naar een nieuw veilig nest. Een plek, een relatie, een ervaring of een toestand waarin ik me opnieuw beschermd en gedragen voel, afgeschermd van de boze, onvoorspelbare buitenwereld. Ik probeer dit gemis te compenseren op allerlei manieren: door succes, door liefde, door spirituele ervaringen, door terugtrekking of juist door controle. Maar telkens weer blijkt dat wat ik vind slechts tijdelijk verzacht. Geen enkele vorm, geen enkele ervaring kan die oorspronkelijke veiligheid werkelijk herstellen. Tot nu toe is mijn zoeken dan ook zonder blijvend resultaat gebleven. Misschien niet omdat ik faal in het zoeken, maar omdat ik zoek op de verkeerde plaats. Misschien ligt wat ik zoek niet in het verleden en niet buiten mij, maar wacht het erop om hier en nu herkend te worden, niet als een herinnering, maar als een aanwezigheid die nooit werkelijk is verdwenen.

Plaats een reactie