We groeien allemaal op met de overtuiging dat we iets met ons leven moeten “doen”. Vanaf jonge leeftijd krijgen we een lijst van verwachtingen mee: wat we moeten bereiken, welke stappen we dienen te zetten, hoe we iets van onszelf moeten maken. De maatschappij voedt ons op met het idee dat ons bestaan pas waardevol is wanneer we prestaties kunnen laten zien. Dat kan in zekere zin nuttig zijn: het helpt ons een plaats te vinden binnen de samenleving en een gevoel van richting te ontwikkelen. Maar als het gaat om het eenvoudige, pure Zijn, is al die inspanning zonder betekenis. We geloven dat hard werken, streven en ons best doen ons dichter bij Zijn zal brengen.
Maar juist dat idee houdt ons gevangen. We blijven strijden, telkens hopend dat de volgende stap, de volgende overwinning, het volgende inzicht ons eindelijk naar vervulling zal leiden. En zo geven we onszelf doelen die zelden werkelijk bereikt worden. Dat levert onvermijdelijk teleurstelling op. Toch houden we vast aan de illusie, alsof er ergens aan het einde van de weg een gouden medaille te wachten staat. Op die manier draaien we rondjes in een eindeloos spiritueel circuit. We zoeken, we proberen, we laten los, we beginnen opnieuw. Maar al die bewegingen zijn slechts variaties van hetzelfde patroon: de poging om het leven naar onze hand te zetten. We vergeten dat het leven zichzelf al leeft, door ons heen, in elke ademhaling, in elk moment.
De rivier van het bestaan stroomt vanzelf, zonder dat wij haar hoeven te duwen of te sturen. Elke poging om die stroom te manipuleren, maakt haar juist troebel en stroef. Het gaat dus niet om zoeken, maar ook niet om ophouden met zoeken. Beide zijn immers vormen van streven, gebaseerd op het idee dat er iets ontbreekt en dat er iets bereikt moet worden. Zelfs het verlangen om onze conditioneringen kwijt te raken, of om één te worden met het niets, is weer een streven dat ons in beweging houdt binnen hetzelfde spel. Werkelijke vrijheid ontstaat niet uit het overwinnen of afleggen van iets, maar uit het doorzien van het hele spel zelf. Wanneer we herkennen dat zowel het zoeken als het niet-zoeken slechts rollen zijn in hetzelfde toneelstuk, ontstaat er ruimte. In die ruimte wordt duidelijk dat Zijn er altijd al was, stil, eenvoudig en onaantastbaar, wachtend achter alle lagen van streven en verwachting.

Plaats een reactie