De wereld is vol rumoer en gejaagdheid. Het lijkt wel een groot gekkenhuis. Iedereen spreekt, maar niemand luistert werkelijk. Het is alsof ieder mens slechts met zichzelf in gesprek is. De ander lijkt te luisteren, maar van binnen is hij al bezig met zijn eigen gedachten, wachtend op dat ene moment waarop hij kan inhaken om zijn eigen verhaal te vertellen. Wat hij zegt staat meestal los van wat de spreker zojuist heeft gedeeld; het is slechts een weerspiegeling van zijn eigen innerlijke stroom. Want er wordt nauwelijks geluisterd. Hoogstens wordt er een schijn van luisteren opgehouden .

 Daarom begrijpen mensen elkaar zelden. We leven uit onrust, gedreven door haast. Er heerst een constante gejaagdheid, zonder dat iemand weet waarheen of waarom. Het lijkt voort te komen uit een diepe rusteloosheid. Iedereen staat voortdurend onder spanning, alsof men iets moet bereiken, maar niemand vraagt zich af wat of waarheen. Tijd om stil te staan bij richting of bestemming lijkt er niet meer te zijn. En wanneer je de wereld om je heen ziet haasten, raak je zelf ook meegesleurd. Het is alsof elke dag, elk uur, spitsuur is. We zijn nooit werkelijk aanwezig waar we zijn.

Onze geest loopt steeds vooruit, plannen makend om elders te komen. Mensen kijken voortdurend op de klok, bang om iets te missen, bang niet op de juiste plek te zijn. En wanneer ze dan elders aankomen, herhaalt hetzelfde patroon zich weer. Toch is er maar één bestemming die werkelijk de moeite waard is: de stilte. In stilte schuilt een diepe vrede, een rust die niet te koop is. Wie eenmaal iets van die vrede heeft geproefd, is rijker dan rijk. Want daarin opent zich het innerlijk koninkrijk van het bestaan. Stilte is de sleutel, vrede de deur. Wie naar binnen durft te gaan, ontdekt een onuitputtelijke bron van rust.

Plaats een reactie