Mijn vroege jaren werden gekenmerkt door een religieuze opvoeding. Als kind werd mij verteld dat geloof in God een essentieel onderdeel van het leven was. Dit geloof werd mij niet op een vrijwillige manier bijgebracht, maar eerder opgedrongen door mijn omgeving. Ik groeide op met de overtuiging dat mijn doel op aarde was om God te dienen, zodat ik beloond zou worden met een plekje in de hemel. Aan de andere kant werd me verteld dat als ik God niet zou dienen, ik zou eindigen in de hel. Deze fictieve voorstelling van zaken gaf jarenlang betekenis aan mijn leven. Op dat moment was het geloof in God voor mij een soort van geruststellende leidraad. Het bood me een doel en een gevoel van richting in mijn leven.

Ik wist tenminste waarom ik hier was, wat mijn verantwoordelijkheden waren en wat er van mij werd verwacht. Het gaf me een gevoel van gemeenschap met anderen die dezelfde overtuigingen deelden. Het was een eenvoudige, kinderlijke vorm van troost. Echter, naarmate ik ouder werd, begon ik kritischer na te denken over mijn religieuze opvoeding. Ik begon me af te vragen of het geloof in God werkelijk de enige manier was om zin aan mijn leven te geven. Het besef begon te dagen dat het geloof in een goddelijke beloning en strafmechanisme misschien niet de meest gezonde basis was voor mijn levenskeuzes. Het geloof in God begon me te beperken. Ik voelde me geremd in het uiten van mijn ware zelf uit angst voor de hel.

Het onderdrukte de rebel in mij, die verlangde naar vrijheid en zelfexpressie. Het geloof in God en de bijbehorende dogma’s maakten me bang voor afwijking, en dat stond haaks op mijn verlangen naar persoonlijke groei en ontdekking. De cruciale vraag drong zich aan me op: “Wat als er geen hemel of hel is? Wat als dit leven op aarde alles is wat we hebben?” Het was een verontrustende gedachte, maar ook een die me dwong om dieper na te denken over de betekenis van mijn bestaan. Uiteindelijk ben ik tot het besef gekomen dat mijn leven betekenis heeft omdat ik het zelf betekenis geef.

Ik hoef niet afhankelijk te zijn van een goddelijke beloning of straf om mijn keuzes te rechtvaardigen. Mijn doel in het leven is wat ik ervan maak. Het draait om liefde, geluk, groei en bijdragen aan de wereld om me heen. Hoewel mijn religieuze opvoeding me een vroeg gevoel van richting heeft gegeven, heeft het me uiteindelijk ook beperkt. Het heeft me ervan weerhouden om mijn volledige potentieel te bereiken en mijn eigen pad te volgen. Nu ik mijn eigen weg bewandel, los van religieuze dogma’s, voel ik me vrijer dan ooit tevoren en heb ik een dieper begrip van wat het betekent om mens te zijn zonder religieus keurslijf.

Plaats een reactie