Ik kan spreken over het goede in jou, maar niet over het kwade. Want wat is het kwade anders dan het goede dat door zijn eigen honger en dorst wordt gekweld? Wanneer het goede honger lijdt, zoekt het voedsel zelfs in donkere grotten. Wanneer het dorst heeft, drinkt het zelfs uit stilstaande, dode wateren. Je bent goed wanneer je één bent met jezelf. Maar wanneer je niet één bent met jezelf, ben je nog niet slecht.
Een verdeeld huis is geen boevennest; het is slechts verdeeld. En een schip zonder roer kan doelloos tussen verraderlijke ijsvelden ronddrijven zonder te zinken. Je bent goed wanneer je van jezelf probeert te geven. Maar je bent niet slecht wanneer je ook winst voor jezelf zoekt. Wie winst zoekt, is als een wortel die zich vastklampt aan de aarde en zich voedt aan haar borst. De vrucht kan niet tot de wortel zeggen: “Wees zoals ik, rijp en vol, altijd gevend.”
Want voor de vrucht is geven een noodzaak, zoals ontvangen een noodzaak is voor de wortel. Je bent goed wanneer je wakker bent in je spreken. Maar je bent nog niet slecht wanneer je slaapt en je tong zonder richting stamelt. Zelfs een stotterende stem kan een zwakke tong versterken. Je bent goed wanneer je vastberaden naar je doel gaat .Maar wanneer je strompelt, ben je daarom nog niet slecht. Ook wie strompelt ,keert niet terug. Maar jij die sterk en snel bent, zorg ervoor dat je de lamme niet voorbijloopt. en dat vriendelijkheid geen vermomde hoogmoed wordt. Je bent op duizend manieren goed, en je bent nog niet slecht wanneer die goedheid niet zichtbaar is. Je bent dan slechts aarzelend en traag. In het verlangen naar je hogere zelf ligt je goedheid besloten.
Dat verlangen leeft in ieder mens. Bij sommigen is het een wilde stroom die onstuimig naar de zee snelt en de geheimen van de heuvels en de liederen van de bossen met zich meedraagt. Bij anderen is het een zacht beekje dat zich verliest in bochten, dat aarzelt voordat het de kust bereikt. Maar laat degene met het sterke verlangen niet oordelen over degene bij wie het verlangen zwak is. Want wie werkelijk goed is, vraagt de naakte niet waar zijn kleren zijn, noch vraagt hij de dakloze wat er met zijn huis is gebeurd.

Plaats een reactie