Veel mensen zullen dit gevoel herkennen: een voortdurend op zoek zijn naar iets waarvan we niet weten waar we naar zoeken.. Een vaag verlangen dat ons steeds weer in beweging zet, alsof we onderweg zijn naar een bestemming die we niet goed kunnen benoemen. Wanneer we iets zoeken, doen we dat meestal omdat we ergens weten wat we willen vinden. Zoeken veronderstelt herkenning: als ik iets totaal onbekends zou tegenkomen, zou ik niet weten dat dit is waar ik naar op zoek was. Het verlangen dat in ons leeft, moet dus verbonden zijn met iets dat we al eerder hebben ervaren of iets wat ons diep van binnen vertrouwd voorkomt.
Misschien zoeken we naar een echo uit het verleden: een gevoel van warmte, geborgenheid, een moment van geluk dat ergens in ons geheugen ligt opgeslagen. Dat kan een ervaring zijn van vorig jaar, of dertig jaar geleden, of zelfs iets dat zich afspeelde vóór onze geboorte. Sommigen gaan ervan uit dat we zelfs een herinnering in ons dragen aan onze allereerste omgeving: de baarmoeder. Negen maanden lang waren we omhuld door warmte, beschermd tegen de buitenwereld, verbonden met een voedende stroom die ons leven in stand hield. Daar hoefden we niets te doen, daar bestond geen angst of tekort. Het was een staat van oer-geborgenheid.
Wanneer we volwassen zijn, kunnen we dat diepe gevoel van veiligheid kwijt zijn geraakt. Het leven confronteert ons immers met onzekerheid, pijn en scheiding. Toch kan er in ons een vaag verlangen blijven bestaan om terug te keren naar dat oorspronkelijke nest, die plek waar alles klopte. Misschien is dat wel de bron van het zoeken dat zoveel mensen drijft. Omdat we niet letterlijk kunnen terugkeren naar de baarmoeder, proberen we vaak op andere manieren die verloren veiligheid te herstellen. Sommigen zoeken het in relaties: de hoop dat een partner ons een gevoel van geborgenheid zal geven. Anderen zoeken het in bezit, succes of status, alsof uiterlijke zekerheid de innerlijke leegte kan vullen.
Weer anderen richten zich op spirituele of religieuze wegen, in de hoop daar een bron van ultieme rust en heelheid te vinden. Toch leidt dit zoeken vaak tot teleurstelling. Wat we vinden, vervliegt meestal snel. Het geluk dat we even aanraken, glipt net zo gemakkelijk weer weg. Het veilige nest dat we bouwen, blijkt niet bestand tegen de stormen van het leven. Zo blijven we zoeken, soms wanhopig, soms met stille hoop, maar vaak zonder het gevoel dat we werkelijk zijn aangekomen. Misschien is de grootste vergissing wel dat we steeds buiten onszelf zoeken. Het kan zijn dat de bron van geborgenheid die we zo missen, niet daarbuiten te vinden is, maar binnenin onszelf ligt.
Wanneer we leren vertragen, stil te worden en contact te maken met ons lichaam en onze adem, kunnen we soms een glimp opvangen van diezelfde rust en veiligheid die we ooit kenden. Het zoeken hoeft dus niet te stoppen, maar misschien kan het zich verdiepen. In plaats van buiten onszelf steeds opnieuw een verloren paradijs na te jagen, kunnen we ons openstellen voor de mogelijkheid dat dat paradijs al in ons aanwezig is. Niet als exacte kopie van de baarmoeder, maar als een innerlijke staat van vrede en vertrouwen die in ieder moment opnieuw te ervaren is. Wie weet gaat het in onze zoektocht niet zozeer om het vinden van iets nieuws, maar om het herinneren van wat er altijd al was.

Plaats een reactie