Een van de belangrijkste dingen in het leven is het vinden van innerlijke stabiliteit. Die stabiliteit is niet iets wat we kunnen forceren of afdwingen; ze ontstaat vanuit een openheid voor wat er innerlijk leeft. Om tot die stabiliteit te komen, is het nodig dat we ontvankelijk worden voor innerlijke stilte, een stilte die ons niet opgelegd wordt, maar die vanzelf verschijnt wanneer we ons werkelijk openen voor het leven zoals het is. Deze stilte is niet slechts de afwezigheid van geluid, noch een leeg hoofd zonder gedachten of gevoelens.

Ze is veel ruimer dan dat. Het is een stille, dragende ruimte waarin al onze ervaringen,  vreugde en pijn, helderheid en verwarring, vrij mogen opkomen en weer verdwijnen. Het is een stilte die niets uitsluit, een ruimte die alles omvat. Juist in deze stilte ontstaat innerlijke vrede. Niet omdat alles rustig is, maar omdat we niets meer bestrijden. We zijn gewend geraakt aan het idee dat we vrede kunnen vinden door iets in onszelf of in de wereld te veranderen. Maar hoe meer we vechten tegen wat er is, hoe verder we afdrijven van die vrede. Verzet tegen de werkelijkheid, tegen gevoelens, gedachten, situaties,  maakt ons onrustig en gespannen. Werkelijke innerlijke vrede ontstaat op het moment dat we ophouden met vechten.

Wanneer we durven toe te laten wat er in ons leeft. Wanneer we onze innerlijke ervaringen niet langer proberen te controleren of te onderdrukken, maar ze met zachtheid en openheid ontvangen. Dan opent zich een andere werkelijkheid: een stille aanwezigheid waarin alles welkom is. En juist daar,  midden in het leven zelf, vinden we die diepe vrede waar we zo naar verlangen. Innerlijke vrede is dus geen eindpunt van een lange zoektocht. Het is een innerlijke houding van overgave en aanvaarding. Een thuis komen in onszelf, precies zoals we zijn, met alles wat er is.

Plaats een reactie